In partnerschap ontwikkelen wij dé Europese haven van wereldklasse.
Rotterdam Energiehaven
Rotterdam Energiehaven is van grote economische en maatschappelijke betekenis voor de ongestoorde en betrouwbare voorziening van schone en betaalbare energie voor de haven, de regio, Nederland en Noordwest-Europa. Al jaren worden omvangrijke energiestromen (olie, kolen) in Rotterdam aangevoerd en in haven en achterland verwerkt tot energieproducten (brandstoffen, elektriciteit). Deze fossiele energiestromen en -producten zorgen voor voorzieningszekerheid, maar hebben ook veel CO2-uitstoot tot gevolg. Wij richten ons daarom ook op nieuwe CO2-armere energiestromen en -producten: in vloeibare vorm per schip aangevoerd aardgas (LNG = liquefied natural gas) en biobrandstoffen voor bijmenging in benzine en diesel. Deze nieuwe stromen zijn niet alleen schoner, maar borgen ook de voorzieningszekerheid van energie voor de toekomst. Onze ambitie is Rotterdam het meest energie-efficiënte energie- en industriecluster ter wereld - vergelijkbaar met bijvoorbeeld Singapore - te maken en tot CO2-hub van Noordwest-Europa te ontwikkelen.
2008 stond voor Rotterdam Energiehaven in het teken van de start van de bouw en ingebruikname van nieuwe fabrieken en terminals. Zo startte E.ON de bouw van een nieuwe kolen/biomassacentrale op de Maasvlakte en installeerde het een proeffabriek voor afvang van CO2 uit de rookgassen. Gasunie en Vopak begonnen met de bouw van hun LNG Gate Terminal. Dit gebeurt direct naast Maasvlakte Olie Terminal, waar eind 2008 een nieuwe steiger voor de grootste olietankers in gebruik werd genomen. Abengoa en Neste begonnen met de bouw van hun nieuwe ‘world scale’ biobrandstoffabrieken. Op het terrein van Shell Pernis kwam PerGen, de warmtekrachtcentrale van Air Liquide in bedrijf. InterGen nam een aanvang met de bouw van de nieuwe Maasstroom-centrale. Met een speciale installatie voor verwijdering van NOx wordt dit de schoonste gasgestookte elektriciteitscentrale van Nederland.
In 2008 zijn ook belangrijke stappen gezet in het bereiken van de Rotterdamse klimaatdoelstelling: het in 2025 realiseren van 50 procent CO2-reductie ten opzichte van 1990. Het merendeel van deze reductie moet worden gerealiseerd bij de grote bedrijven in het havengebied. Daartoe zijn maximale inspanningen nodig op het gebied van energie-efficiency en duurzame energie. Tweederde van de reductie is voorzien door de afvang en opslag van CO2.
In het voorjaar van 2008 leverden wij samen met onze partners OCAP (een joint venture van Linde Gas en Volker Wessels), Wintershall en DCMR Milieudienst Rijnmond een businesscase voor CO2-infrastructuur. Deze geeft een gedetailleerd beeld van de noodzakelijke investeringen in de eerste fase van een pijpleidinginfrastructuur voor het transport van twee tot vijf miljoen ton CO2 per jaar naar de glastuinbouw (hergebruik) en lege gasvelden (opslag). De businesscase bouwt voort op het bestaande OCAP-netwerk. Via dit leidingennet wordt nu al bij Shell Pernis afgevangen CO2 naar de glastuinbouw getransporteerd. De tuinders gebruiken deze CO2 vervolgens om hun planten sneller te laten groeien en dus hun oogst te vergroten. Dankzij de levering uit de haven hoeven de tuinders niet zelf het hele jaar gas te verstoken om CO2 te verkrijgen.
De resultaten van de businesscase zijn meegenomen in het rapport ’CO2-afvang, -transport en -opslag in Rijnmond’ dat in juli 2008 is uitgebracht door het Rotterdam Climate Initiative - een gezamenlijk initiatief van de gemeente Rotterdam, DCMR, Deltalinqs en onszelf. De hoofdconclusie van het rapport is dat Rotterdam kan beginnen met het afvangen, transporteren en ondergronds opslaan van vijf miljoen ton CO2 per jaar. Wanneer op korte termijn wordt gestart met de voorbereidingen, is dit in 2015 haalbaar. De basisinfrastructuur voor doorgroei naar de afvang en opslag van twintig miljoen ton in 2025 is daarmee klaar.
De kosten voor de afvang en opslag van CO2 zijn in Rotterdam gunstig ten opzichte van vergelijkbare industriële complexen elders in Europa, zoals Antwerpen en Le Havre. Rotterdam combineert namelijk een hoge concentratie van bedrijven die CO2 uitstoten met een hoge concentratie van nabij gelegen lege gasvelden voor opslag.
Het voortvarend ontwikkelen van een infrastructuur voor de afvang en opslag van CO2 kan een positieve vestigingsfactor worden voor de industrie in het havengebied. De nationale overheid en de Europese Unie hebben zich in 2008 ook nadrukkelijker gecommitteerd aan CO2-opslag. Het wordt nu erkend als reducerende maatregel binnen het Europese emissiehandelssysteem. Aan het demonstratieproject voor CO2-opslag in Barendrecht is door het ministerie van VROM bovendien subsidie toegekend. Sinds het najaar van 2008 werken wij samen met het bedrijfsleven, DCMR, de ministeries van VROM en Economische Zaken, de Europese Investeringsbank en de Clinton Foundation de businesscase voor CO2-infrastructuur verder uit tot een businessplan voor een CO2-infraonderneming.
In 2008 hebben wij verder belangrijke stappen gezet op het gebied van energie-efficiency. Samen met onze partners Stedin en Visser & Smit Hanab is een businesscase voor een Stoompijp Botlek uitgewerkt. Met behulp van een common carrier transportleiding voor stoom kunnen bedrijven onderling stoom uitwisselen en daarmee aanzienlijk besparen op hun energiegebruik. Acht potentiële ‘launching customers’ hebben met een intentieverklaring hun commitment aan het project onderstreept. In 2009 staat de daadwerkelijke contractering van klanten en de oprichting van de Stoompijp B.V. op het programma.